Toon items op tag: Nopjeswier
Het is moeilijk voor te stellen. Ooit blonk in Saeftinghe het goudgeel golvend graan. Nu alweer vier eeuwen Verdronken Land. Het grootste brakwaterschor van West-Europa, waar een mozaïek van grijs en groen overheerst. Zo’n 3.000 hectare buitendijks gebied van overwegend weke modder, doorsneden door grillige kreken. De werking van eb en vloed is nadrukkelijk aanwezig. Zo moet het Zeeuwse oerlandschap eruit hebben gezien. Uiteraard zonder horizonten vol rokende tekens van menselijk handelen. De schorren in het oostelijk deel van de Westerschelde zijn in de Middeleeuwen ingepolderd. Ze behoren tot de oudste bedijkte gebieden in het zuidwesten. Monniken van de abdijen Ter Duinen en Ter Doest - grondleggers van het tegenwoordige Zeeland - gingen omstreeks 1231 als eersten aan de slag. De mensen in Saeftinghe maakten er wat van. Er ontstonden in elf polders vier dorpen: Weele, Casuweele, Namen en Sint Laureins. Hard ploeteren om enige welvaart te bereiken. Met de zee, die almaar hoger kwam, als nimmer aflatende vijand. In de tweede helft van de zestiende eeuw ging het mis. Stormvloeden teisterden het jonge polderland. Vooral die van 1570 en 1574 hielden huis. Ook de strijd tussen Nederland en Spanje - de Tachtigjarige oorlog - speelde een rol. Landerijen werden uit militaire overwegingen onder water gezet en wel op de eenvoudigste manier: door in 1584 de dijken te vernielen. Saeftinghe weer terug naar af. De hoger opgeslibde gronden konden opnieuw worden bedijkt. Niet voor lang. In 1717 ontstond definitief het Verdronken Land van Saeftinghe. Natuurlijk hebben de mensen, behept met grote landhonger, het ondergelopen land niet helemaal met rust gelaten. Ze hebben opnieuw stukken land drooggelegd, met name aan de zuidkant. Als laatste in 1907 de Hertogin Hedwigpolder. Door de komst van het Engelse slijkgras, omstreeks 1933, versnelde het aanslibbingproces sterk. De inpolderaars zagen er brood in: heel Saeftinghe terugwinnen. Om de aanslibbing extra te bevorderen werd in 1937 de Rijksdam aangelegd. Volledige herdijking ging toch niet door, onder meer door verzet van de Belgen die Saeftinghe als vloedberging wilden houden. Pas na de Tweede Wereldoorlog (1950) is definitief een streep gezet onder de inpolderingsplannen. Het Verdronken Land mag Verdronken blijven. Geen nederlaag voor de mens, maar een bewuste keus. Inmiddels is Saeftinghe beschermd natuurmonument (1974). De cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde - zowel nationaal als internationaal erkend - zijn groot. Dat komt door de grote oppervlakte en dankzij de langdurige ongestoorde ontwikkeling van 400 jaar. Het typerende systeem van oeverwallen en kommen is nog volledig aanwezig. Op grote schaal is te zien hoe de vorming van de Zeeuwse eilanden zich eeuwenlang heeft voltrokken.
Vogelparadijs
Uitgestrekte schorren waardoor diepe kreken met steile oevers lopen. Soms enkele honderden meters brede geulen, soms nauwelijks waarneembare prieltjes in de kommen. De lage oeverwallen en kommen verdwijnen bij vloed onder water. Bij eb vallen de grote onbegroeide zand- en slikplaten droog. Dan staan de kreken bijna leeg; water is alleen in slingerende ebstroompjes aanwezig. Een paradijs voor de vogels - zeker nu jacht in het hele gebied taboe wordt. Een paradijs ook voor natuurliefhebbers, die niet uitgekeken raken op het rijke leven in Saeftinghe. Boeiende ontmoetingen met flora en fauna, met het verleden. De Dienst der Domeinen heeft Saeftinghe in beheer gegeven aan de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Lange tijd vormden particuliere gronden, 543 ha groot, een bijzondere enclave. Tot de Eerste Wereldoorlog eigendom van de Duitse adellijke familie Von Arenberg, daarna ondergebracht in buitenlandse vennootschappen. De natuurbescherming had er geen greep op. De huidige eigenaar, de besloten vennootschap De Westerschelde, met de Belg De Cloedt als voornaamste aandeelhouder, wil zijn bezit voor 3,3 miljoen gulden verkopen aan Het Zeeuwse Landschap. Met veel overheidssteun en een grote eigen inbreng - de stichting moet f 825.000, - zelf op tafel leggen - lukt dat. Onderdeel van de aankoop is de in 1990 ondergelopen Selenapolder. Zeker in de winter domineren de tienduizenden watervogels. Ganzen en eenden voeren de boventoon. De grauwe gans is het talrijkst. Op zijn menu staan de knolletjes in de zeebiezenvelden. De smient kan met vele duizenden aanwezig zijn. Er is een telling bekend van 24.000 pijlstaarten op één dag. Dat is een kwart van de wereldpopulatie. Roofvogels profiteren van de dichte bezetting in Saeftinghe. De indrukwekkende zeearend is gesignaleerd. De slechtvalk, onstuimige en krachtige jager, is present. Zowel blauwe als bruine kiekendief cirkelen winter en zomer rond, op zoek naar prooien. Meeuwen zijn er het hele jaar volop. In 1992 werden 44 soorten broedvogels waargenomen; in herfst en winter zijn 52 soorten watervogels gezien.
Beweiding
De plantenwereld in Saeftinghe is niet grauw en onbestemd groen, maar zeer gevarieerd. Bronsgroen zeldzaam nopjeswier op de kreekoevers. Uitbundig bloeiende paarse zeeastervelden op de schorren. In de lente lepelblad met witte trossen. Op de plaatsen waar beweid wordt zijn de meeste planten te vinden. Kweldergras en roodzwenkgras. Ook zeekraal, schorrekruid, melkkruid en gerande schijnspurrie met tere roze bloempjes. Op de hogere oeverwallen, breidt zeealsem met sterk geurende bladeren, zich uit. De schapen mijden deze plant. Begrazing door schapen en runderen is nodig om verruiging tegen te gaan en Saeftinghe in conditie te houden als broed- en foerageergebied. Het verdronken land is een belangrijk voedselgebied en kinderkamer voor vissen, garnalen en krabben. Dat heeft alles te maken met de rol die Saeftinghe speelt als bezinktank voor dood organisch materiaal. Voedselbron voor dieren in de schorbodem, zoals slikkreeftjes, wormen en zagers en voor dieren die zich net boven de bodem ophouden, zoals aasgarnalen, vlokkreeften en pissebedden. Vissen, garnalen en krabben, die bij hoogtij het schorgebied bezoeken, varen er wel bij. Ongeveer 30 soorten komen er regelmatig voor, waaronder bot, brakwatergrondel, driedoornige stekelbaars, kleine zeenaald. De inpolderingsdrift van de mens is voor Saeftinghe beteugeld. Andere bedreigingen zijn ervoor in de plaats gekomen. Vanuit België de zeer ernstige vervuiling. Het verdronken land is bedekt met een dikke laag slib dat een vuilverwerker ongetwijfeld als chemisch afval zal aanmerken. De verlanding - het ophogen van schorren en platen en het ondieper worden van de geulen - zet versterkt door en dreigt het karakter van Saeftinghe ingrijpend te veranderen. In het huidige tempo zijn de geulen in 2010 dichtgeslibd. Ernstige gevolgen voor vogels en vegetatie en aanzienlijk minder komberging, dus grote kans op natte voeten in Vlaanderen. Het graven van een Baalhoekkanaal langs/door het natuurgebied is nog altijd niet van de baan. De Belgen bagatelliseren de gevolgen graag; de nadelen zijn groot. Wat gebeurd er als de door Antwerpen zo vurig begeerde verdieping van de Westerschelde doorgaat? Is er dan nog wel sprake van een door de natuur gedicteerd dynamisch proces van eb en vloed? Op welke manier moet de vervuiling worden aangepakt? Saeftinghe afschrapen of het vuil met een mantel van schone slib bedekken? In vroeger tijden brak de mens zich het hoofd over de snelste en goedkoopste wijze om het intergetijdengebied aan de boorden van de Westerschelde in te lijven. De aard van de problemen is veranderd, maar Saeftinghe blijft de mens voor hoofdbrekens plaatsen. Zoals past bij een eigenzinnig natuurgebied, met per jaargetijde een wisselend gezicht.
Door Rinus Antonisse