Toon items op tag: Kluut
DOEL - Het contrast kan niet groter zijn. Even naar het zuiden rijden bulldozers, graafmachines en diepladers af en aan, in het oosten doemen de silo’s, chemieconcerns en havenbedrijven langs de Waaslandhaven op en in het noorden braken de twee koeltorens van de kerncentrale Doel hun wolken stoom uit. Daar tussenin, op het carré tussen Doeldok en Vrasenedok, echter geen stukgoedoverslag, afvalverwerking of containers maar vogels. Veel, maar vooral bijzondere vogels.
Saeftinghegids Richard Bleijenberg wist niet wat hij tegenkwam, temidden van de oprukkende industrie op de Antwerpse Linkeroever. "Je ziet het hé. De natuur laat zich niet sturen, die gaat zijn eigen weg", grijnst de natuurvorser. Het terrein langs het Doeldok is zo’n drie jaar geleden met zand opgespoten en ontwikkelde zich in een kort tijdsbestek spontaan tot een ongerept plasdrasgebied. Amper voet gezet in de kniehoge grassen, klinkt de alarmroep van de tureluur. Bleijenberg raapt de schaalresten van een net uitgebroed grutto-ei op. "Hier zitten deze dieren met tientallen, terwijl je ze in het Verdronken Land van Saeftinghe niet meer tegenkomt", vertelt de gids. Hij steekt zijn wijsvinger op: "hoor je dat gepiep? Dat is een scholekster. Even kijken waar ‘ie zit." Op dat moment schiet vlak voor zijn laarzen een veldleeuwerik uit de bosschages. “Ongelooflijk toch. Wat hier op dit stukje aan vogelsoorten zit, vind je nergens in Zeeuws-Vlaanderen.” Het zijn opvallende woorden uit de mond van een gelouterd Saeftinghegids. Bleijenberg verklaard zijn zienswijze. Al twintig jaar volgt hij op zeer kritische wijze het gedrag van de zilvermeeuw en volgens hem is deze vogel verantwoordelijk voor een leegloop van het Saeftinghe-schor. "Met tienduizend broedende paren zijn de zilvermeeuwen debet aan de terugval en verdwijning van andere vogelsoorten", verklaart Bleijenberg.
Roofgedrag
Het nieuws dat zich in het natuurgebied De Hoge Platen in de monding van de Westerschelde een ecologische ramp heeft voltrokken, is voor hem aanleiding om de noodklok te luiden. Als gevolg van het roofgedrag van de zilvermeeuw is het broedseizoen voor grote- en dwergsterns er op een fiasco uitgelopen. Hij illustreert zijn stelling met een tochtje naar de broedkolonie van zo’n tweeduizend kokmeeuwen. Honderden nesten, eieren en meeuwenjongen. Het geschetter en gekrijs is oorverdovend. "Maar in de Saeftinghe zie je ze niet meer. Met dank aan de zilvermeeuw." Terwijl even verderop een kluut (‘hét teken van ecologische topkwaliteit’) onverstoorbaar in de kleibodem staat te woelen, vervolgt hij: "Hier zit krakeend, slobeend en kuifeend. Ik vind dat er serieus moet worden overwogen om de voortplanting van de zilvermeeuw te beperken. Anders zullen uiteindelijk alle steltlopers verdwijnen ui de Saeftinghe. Want het is niet voor niets dat deze vogels hier hun heil hebben gezocht. Hier hebben ze namelijk niets te vrezen. Want die bulldozers, dat maakt ze echt niks uit."

Kokmeeuwen en andere vogels verkiezen het industriegeweld van de Waaslandhaven boven de burenruzies met zilvermeeuwen in Saeftinghe. Foto Charles Strijd
Door Barend Pelgrim