Toon items op tag: Ooruil
NIEUW-NAMEN - Begin jaren tachtig was Saeftinghe-gids Richard Bleijenberg nog schipper; na het verversen van de motorolie bleven er vier lege vaten aan dek staan. Bleijenberg zaagde bij thuiskomst één van de vaten doormidden en hing deze als proefproject op in het bosje bij de Meester van der Heijden groeve. Sindsdien wordt het oliedrum bijna jaarlijks benut door ransuilen.
Het tafereel in de nest doet nog het meest denken aan de Muppet-show: twee pluizige bollen met grote ogen die hun best doen door middel van klik- en blaasgeluiden de nieuwsgierige kraamvisite op afstand te houden. Terwijl moeder uil op veilige afstand het opdringerige bezoek argwanend bekijkt, wijst Bleijenberg die namens Staatsbosbeheer de groeve beheert, naar een andere boom. Nog geen tien meter van de uilskuikens zit nog een jong gezin, een nest met sperwers. “Die uilen en sperwers kunnen vanuit het eigen nest de anderen zien zitten”, legt de gids uit. “Dit is volgens mij volstrekt uniek.” Zeker 700 mensen hebben de Kauterse kraamkamer al bezocht, want hoewel de ransuil of ooruil niet echt zeldzaam is in Zeeuws-Vlaanderen, is het wel uniek dat een nest met jongen zo goed te bekijken is. “De dieren hebben er echter geen last van want het vat hangt drie meter hoog”, wil Bleijenberg de critici vóór zijn. “Er wordt door natuurbeschermers waarschijnlijk gezegd dat we de dieren niet zo mogen benaderen, maar zij zouden de uiltjes ringen en dat vind ik weer niet nodig. Waar zouden vogels het meest last van hebben, personen die met een verrekijker in hun slaapkamer turen, of een ring aan hun pootjes?” Onder begeleiding van de gids zijn de uilen nog ongeveer een week te bewonderen want Bleijenberg verwacht dat ze daarna het nest gaan verlaten.

Foto Peter Nicolai
Door Barend Pelgrim