Print deze pagina

1992.07.21 BN De Stem: Sprookjes moeten de wereld uit

Geschreven door RtC

EMMAHAVEN - Razend kan hij er om worden. Niet dat hij iets tegen mooie verhalen heeft, integendeel. Maar die verhalen moeten dan wel historisch verantwoord zijn. Neem nou de verzameling archeologische vondsten die hij in het café in Emmahaven heeft uitgestald. Een lolbroek heeft er een Delfts blauw kopje tussen gezet. Verklarend bordje erbij: 'soepkom van Napoleon'. 

"Binnenkort is er weer een grapjas die de pispot van Hitler tentoonstelt. Met dat soort geintjes zet je je geloofwaardigheid op het spel. De mensen weten niet meer wat ze serieus moeten nemen van de informatie die hen wordt verstrekt over Het Verdronken Land van Saeftinghe. De meeste concluderen dan maar dat het allemaal flauwekul is.” Richard Bleijenberg loopt al bijna een halve eeuw over de schorren en slikken van Het Verdronken Land. Als gids wijst hij ook al decennia lang anderen de weg door het verraderlijke terrein. Bleijenberg is vooral bekend als de deskundige van de groeve in Nieuw-Namen. De enige plek in Nederland waar een aardrijkskundeles over het verre verleden van de IJstijden aanschouwelijk gemaakt kan worden. De grenzen van de tijdperken zijn in negen aardlagen tot aan het Pleistoceen, zo’n kleine drie miljoen jaar geleden, terug te vinden. En met grenzen heeft Richard altijd wat gehad. Geboren en getogen in Nieuw-Namen, voor kortere of langere domicilie houden in plaatsen als Kieldrecht, Antwerpen en (Belgisch) Zwijndrecht. En weer terug naar Nieuw-Namen waar hij nu op zo’n vijftig meter afstand van de scheidslijn met Vlaanderen woont. “Ja, ik ben een echte grensmens.”

Kauterkabouter

Naast de groeve op de Kauter (een andere naam voor Nieuw-Namen, verwijzend naar de hoogste heuvel in de streek waarop het dorp is gesticht) heeft Bleijenberg nog een grote liefde: Het Verdronken Land van Saeftinghe. Maar - hoewel hij er door zijn korte, gedrongen gestalte en zijn lange, grijze baard uitziet als de kabouter van de Kauter - van sprookjes over Saeftinghe moet hij niks weten. Nu zijn er al weer gidsen die totale onzin vertellen over de naam van de geul de IJskelder. Midden in de stroom zou vroeger een kasteel hebben gestaan. De bewoners bewaarden voedselvoorraden in de kelder. Om de victualiën langer te kunnen bewaren, maakten de slotheren gebruik van ijsblokken, vertelt een aantal gidsen. “Pure onzin. Er heeft inderdaad in vroegere eeuwen een kasteel bij het toenmalige dorp Saeftinghe gestaan. Mijn schoonvader heeft vlak na de oorlog nog wel over de funderingen gelopen, toen die na een storm bloot kwamen te liggen. Maar het kasteel stond bij het Kleine Strand in de Noord, een heel stuk oostelijker dan de IJskelder”, briest Bleijenberg. Als oud-garnalenvisser kan hij de namen van de geulen en landtongen wel verklaren. Het Hondegat en de Lepelaar verwijzen bijvoorbeeld naar zeehonden en lepelaars die vroeger op die plekken in het gebied vertoefden. De IJskelder kreeg zijn naam na een aantal strenge winters. Juist in deze geul schoven kruiende ijsschotsen uit de Westerschelde met veel geweld over elkaar. “De ijsblokken werden als het ware opgeslagen in de geul, vandaar dat schippers en vissers het de IJskelder noemden,” verklaart Bleijenberg.

Goudkoorts

Natuurliefhebber (vogelteller, groeve-graver en Saeftinghe-kenner) en amateur-archeoloog Bleijenberg gelooft dus niet in sterke verhalen. Eén keer heeft hij zich het hoofd op hol laten brengen door een legende. In het Land van Saeftinghe zouden vroeger enorme rijke boeren hebben gewoond. Hun huizen waren voorzien van gouden drempels en hun paarden werden beslagen met gouden hoefijzers, zo wilde de overlevering. Bleijenberg kreeg dan ook een jaar of wat geleden een acute aanval van goudkoorts toen hij een goudkleurig klompje metaal vond op de plek waar eeuwen geleden het dorp Weele lag. De juwelier werd ’s avonds zonder pardon vanachter de televisie gehaald. Maar hij moest de familie Bleijenberg even later uit de droom helpen. “Het bleek een klompje messing dat precies 99 gram woog. Waarschijnlijk was het metaal vroeger als gewicht in gebruik”, zegt Bleijenberg met toch nog een beetje teleurstelling in zijn stem. Maar goed, de waarheid moet verteld worden en zaken mogen niet mooier of anders worden voorgesteld dan ze zijn. Richard Bleijenberg vindt dat Het Zeeuwse Landschap, beheerder van het natuurreservaat Saeftinghe, de gidsen een paar keer per jaar bij elkaar zou moeten roepen. Om met elkaar kennis over Saeftinghe bij te spijkeren. Want de sprookjes moeten de wereld uit, te beginnen uit Saeftinghe. Hoewel… elke keer als hij over schorren en slikken trekt, kan hij er niet onderuit. Het is sprookjesachtig prachtig in Het Verdronken Land.

Richard Bleijenberg leidt een groep liefhebbers door ‘zijn’ Verdronken Land van Saeftinghe. Foto Camile Schelstraete

Door René Hoonhorst