Print deze pagina

1999.06 Recreatiekrant: Nieuw-Namen/Kieldrecht - een typisch grensgeval

Geschreven door RtC

DE GRENS - We hebben het hier over de scheidslijn tussen Zeeuws-Vlaanderen en België - bestaat ondanks de vergaande Europese samenwerking nog steeds. Maar voor veel Zeeuws-Vlamingen ( de bewoners van de zogenaamde dubbeldorpen) is die grens er in principe nooit geweest. Inwoners van typische grensgemeenten als Koewacht, Overslag en Clinge kunnen er over meepraten. Ook Nieuw-Namen (overlopend in het Belgisch Kieldrecht) is hiervan een goed voorbeeld.

Richard Bleijenberg is er geboren als oudste van een gezin met zes kinderen. Uiteindelijk bleek hij (na grondig onderzoek) Belg te zijn. De ironie wil dat zijn latere vrouw afkomstig uit Kieldrecht, van oorsprong Hollandse bleek te zijn. Zelf heeft hij nu twee dochters met een Nederlandse nationaliteit en twee zonen met een Belgisch paspoort. "'t Es hier gewoon ne puzzel. En leg dat aan een buitenstaander maar eens uit." Een wirwar, zo omschrijft Bleijenberg de situatie in de grensstreek. "Om een voorbeeld te noemen, mijn eigen schoonvader - één van de eerste Saeftinghe-gangers - heeft na zijn overlijden een kerkelijke dienst gekregen in Nieuw-Namen en is daarna in Kieldrecht - dus over de grens - begraven. Gewoon omdat er tussen de twee pastoors toentertijd veel discussie was over z’n laatste rustplaats. Later heeft hij er nog z’n bijnaam 'De Grensmens' aan overgehouden." De grens heeft volgens Bleijenberg in de regio nooit een betekenis gehad. Of het moet de periode zijn geweest tijdens de Eerste Wereldoorlog (toen België in oorlog was met Duitsland en Nederland neutraal was) en in de veertig- en vijftiger jaren, toen de smokkelarij hoogtijdagen kende. Bleijenberg kan hierover smakelijke verhalen vertellen. Zoals over de vrouw die boter onder haar rok smokkelde, maar niet - volgens de regels - mocht worden betast. De grenswachters wachtten net zo lang totdat de boter was gesmolten. Of het verhaal van de twee kalfjes die op de achterbank in een auto de grens werden overgebracht. "Met allebei een hoed op, en het was nog zo dat de douanier naar de beestjes salueerde." Dat mag dan wel allemaal verleden tijd zijn, Bleijenberg kan zich tot de dag van vandaag nog vreselijk ergeren aan de ‘ambtelijke grenzen’, die er volgens hem nog steeds zijn. Als fanatiek archeoloog heeft hij er constant mee te maken. "Ik noem maar wat, laatst is er door België een bouwvergunning afgegeven voor een stuk grond, waaronder volgens ons de laatste resten liggen van de voormalige abdij van Hulsterloo. In Nederland gaat de dienst Rijksoudheidkundig Bodemonderzoek hierover, in België heb je - in dit geval - te maken met de Archeologische Diens Waasland. Maar omdat het net over de grens ligt - en dat heb ik het maar over twee meter - mogen wij niet graven. Dus komt er gewoon beton over. Wat dat betreft zou er meer samenwerking moeten komen." Bleijenberg heeft in het verleden vaak bijzondere vondsten gedaan. Onlangs heeft hij op het Verdronken Land van Saeftinghe (waar hij overigens gids is) de scherven gevonden van een naar schatting duizend jaar oude kogelpot. Inmiddels heeft hij een hele verzameling potten en pannen bij elkaar. De archeologische vondsten worden altijd officieel aangemeld, maar over het algemeen verdwijnen ze niet naar het museum (‘daar kan het te gemakkelijk worden gestolen, dus staan ze bij Bleijenberg op de keukenkast een stuk beter’). Bleijenberg is vaak op Saeftinghe te vinden,maar ook tegenover zijn woning in de Meester van der Heijden groeve (het Zandgelaag op de Kauter), een oude steengroeve van meer dan 2,5 miljoen jaar oud. De groeve trekt jaarlijks duizenden bezoekers van over de hele wereld. Een infobord en een vitrinekast met uitvergrote foto’s van fossielen en - onder andere - zee-egels, geeft de nodige toelichting. De groeve kan onder begeleiding van Bleijenberg worden bezocht. De Hulsterloo fietsroute is volgens Bleijenberg een doorslaand succes (‘wat hier allemaal niet langs komt’). De omgeving van Nieuw-Namen - met het Verdronken Land van Saeftinghe, kreken en bossen binnen handbereik - is voor de toerist zeer aantrekkelijk. De grens is nauwelijks merkbaar. Of je moet het zien aan de sanseveria’s voor de ramen en de vele cafeetjes aan de Belgische zijde. In Kieldrecht wijst een richtingsbord niet naar Nieuw-Namen, maar naar Nederland. Maakt niet uit, vindt Bleijenberg, "Kieldrecht en Nieuw-Namen, da’s toch ene koek."