2004.12.08 De Wase Koerier: Vogelvereniging de Nachtegaal

Geschreven door RtC

Zo is het ontstaan…

Het was het jaar 1942, een strenge winter, en ik was 7 jaar oud. De vogels hadden het moeilijk, dat waren toen de mussen. In die oorlogsjaren was er weinig speelgoed. Een ijsstoel en vlieger werden zelf gemaakt; voor 2 frank kon je al een mussenkip kopen bij Snoek in Kieldrecht. Dus in ’42 werd ik eigenaar van enkele zelfgevangen mussen. Die werden in een leeg konijnenhok gezet en bleven meestal maar enkele dagen leven. Voor het maken van ons speelgoed gingen we naar petere Wannes. Ja, die kon alles maken. En daar in dat kleine huisje zag ik voor ’t eerst een kanarie. Die zat in een zelfgemaakte kooi van bamboeriet. De kanarie zorgde voor muziek. Het klonk als een borrelende waterval, een waterslager, zoals onze "petere" ook bevestigde. De vogels bleven mij interesseren. Het bleef niet bij mussen. Na de oorlogsjaren trokken we de polder in en het was aan de schelpkreek dat we jonge houtduiven uit het nest haalden. Ook jonge steenuiltjes werden grootgebracht en nog wel met kikkers die krioelden in het zandgelaag. U begrijpt hier wel dat ons moeder veel geduld heeft gehad en ook stilletjes af en toe de kooi openzette terwijl wij in de school waren. En we zijn dan in de jaren 1950. Er waren toen twee kanariekwekers, o.a. Frans van Dam en Sprenkels aan de Veerstraat, en daar kocht ik enkele gele kanaries. Het was de schoonzoon van Sprenkels die samen met nog enkele kwekers de bond opzocht. Dus in 1954 werd de club gesticht. Jan Lossie was de eerste voorzitter. Jeroom de Clerck was daarbij en ook Leander de Wilde. De club moest een naam krijgen, en zoals ik eerder zei was er nog veel natuur. In de zwoele meidagen kon men de prachtige zang horen van de nachtegaal. Die zang kon men ’s avonds goed horen in het bos van de kerk. Het is door deze zang dat onze club een rechtmatige naam kreeg. En laat ons hopen dat dit ooit eens terugkomt! De jaren gingen voorbij en ook de tentoonstellingen. De eerste kleurkanaries waren oranje-isabel en de ogoten. De strijd om de mooiste was niet gemakkelijk. Gelukkig besliste de keurmeester. Je kon dit vergelijken met een scheidsrechter bij voetbal. Er werden vogels geruild en de nodige kennis over de verervingen. Geslachtsgebonden recessief? Intensief en schimmel en chromosomen. Al deze zaken werden bestudeerd, en we mogen rustig zeggen dat clubs zoals deze bescheiden zijn. We zijn bezig met natuur, en of je nu in de duivensport, of bij jagers, of bij de vogelkijkers hoort, we moeten respect hebben voor elkaar. Laat ons allen genieten van dat moois. Onze gemeente heeft een groene long, door velen onbekend (en onbekend is toch onbemind). Natuur met prikkeldraad omgeven is fout. We hebben gezien dat vogels en mensen samen kunnen met 50 jaar Nachtegaal. Proficiat bestuur, en nog eens bedankt mannen!

Een foto uit 1957, waar we Richard zien bij zijn eerste volière. Op zijn linkerknie zijn ondertussen overleden broertje Gerard.

Door Richard Bleijenberg